12 gouden regels voor het melken

Voor het melken

1. Houd regelmatig toezicht op de uiergezondheid

2. Melkvolgorde

3. Straal de koeien voor

4. Reinig de spenen en speenpunten

12 golden rules for milking step 1  12 golden rules for milking step 2  12 golden rules for milking step 3  12 golden rules for milking step 4

- Bekijk regelmatig de uiergezondheids- en melkkwaliteitinformatie die u krijgt van de melkfabriek, officiële testorganisaties, dierenartsen en van zelftesten met de DeLaval celgetalmeter (DCC) of de Californische mastitis test (CMT).

- Maak criteria voor elke koe en veestapel om beter toezicht te kunnen houden op eventuele veranderingen.

- Melk ongeacht het soort stal of de veestapelgrootte, de eerstekalfs vaarzen als eerste, gevolgd door nieuwmelkte koeien en daarna de rest van de veestapel.

- Melk zieke koeien als laatste en reinig daarna het melksysteem

- Onderzoek 2-3 stralen voormelk. Gebruik een voormelkbeker in bind- en melkstallen. Spuit de vloer schoon voordat de volgende groep koeien binnenkomt.

- Door voor te melken laat de koe de melk beter schieten en het stelt u in staat om te voorkomen dat afwijkende melk in de melkkoeltank terechtkomt

- Voor mastitisbestrijding en de productie van hogekwaliteitsmelk is het noodzakelijk dat koeien schone en droge spenen hebben bij het aansluiten van het melkstel. Reinig elke speen en elke speenpunt met goedgekeurde daarvoor bestemde materialen. Droog elke speen met uierpapier of met uierdoeken, één per koe. Als uierdoeken gebruikt worden, zorg dan dat ze goed uitgewassen en gedroogd worden voordat ze weer opnieuw gebruikt worden.

Begin de melkprocedure nooit met het reinigen van de spenen! Het resultaat daarvan is dat bacteriën die in het tepelkanaal leven, verder de uier ingedreven worden. Begin altijd met voormelken voor het reinigen van de spenen!

Tijdens het melken

5. Controleer het melksysteem

6. Sluit het melkstel op het juiste moment aan

7. Voorkom blindmelken 

8. Zorg voor een juiste afname van het melkstel

12 golden rules for milking step 5
 12 golden rules for milking step 6  12 golden rules for milking step 7  12 golden rules for milking step 12

- Controleer het vacuümniveau en pulsatiesysteem op uw bedrijf en zorg dat het geïnstalleerd is volgens DeLaval specificaties.

- Controleer altijd het vacuümniveau aan het begin van elke melkbeurt

 

- Het melkstel moet binnen 60-90 seconden na de voorbehandel-procedure aangesloten worden.

- Minimaliseer luchtzuigen tijdens het aansluiten van het melkstel.

- Zorg dat het melkstel van voor naar achter en van zij tot zij goed uitgebalanceerd aangesloten is, dus zonder draaiing.

- Blindmelken wordt beschouwd als de grootste veroorzaker van hyperkeratosis aan de speenpunten. Als de uier leeggemolken is moet het melkstel verwijderd worden. Het afnamemoment kan worden bepaald m.b.v. visuele observatie of, bij systemen met automatische afname, door melkstroomsensoren die een lage melkstroom indiceren en vervolgens het melkstel automatisch verwijderen. Melkstroomgestuurde systemen geven d.m.v. een visuele indicatie aan dat er een lage melkstroom waargenomen is.

- Als de koe uitgemolken is kan het vacuüm naar het melkstel handmatig of automatisch afgesloten worden. Zorg dat het vacuüm weg is voordat het melkstel verwijderd wordt. Knijp NIET in de uier om het melkstel af te trekken, omdat dit leidt tot luchtinlaat rond de kop van de tepelvoering wat de oorzaak kan zijn van nieuwe mastitisgevallen. 

Na het melken

9. Desinfecteer de spenen na elke melkbeurt


10. Reinig de melkapparatuur direct na het melken

11. Koel de melk goed (snel en juiste temperatuur)

12. Bewaak de melkkwaliteit, de melkapparatuur en de melkmonstergegevens nauwkeurig

teart dipping
 12 golden rules for milking step 10  12 golden rules for milking step 11  12 golden rules for milking step 12

- Desinfecteer elke speen z.s.m. na afname van het melkstel met een goedgekeurd speendipmiddel. Dit is de meest effectieve manier om te voorkomen dat koeien onderling besmettelijke mastitis-organismen verspreiden. 

- Reinig de melkinstallatie uitwendig

- Spoel en reinig (handmatig of automatisch) alle onderdelen van de installatie na elk gebruik met de juiste producten en op de juiste temperatuur. Laat het systeem leeglopen en opdrogen.

- Reinig het systeem als dat nodig is voorafgaand aan de volgende melkbeurt met goedgekeurde reinigingsmiddelen in de juiste oplossing.

- Controleer de koeltemperatuur om er zeker van te zijn dat de juiste temperaturen bereikt worden tijdens en na elke melkbeurt.

- Een juiste koeltemperatuur zorgt voor de groeiafname of groeistop van de meeste bacteriën.

 

 

- Bekijk regelmatig alle melkkwaliteit-, melksamenstelling- en melkmonstergegevens en vergelijk deze met voorgaande gegevens.

- Vervang tepelvoeringen en rubberen onderdelen zoals aanbevolen. Versleten rubber delen scheuren en worden poreus. Dit heeft invloed op de melkprestaties en het verhoogt het risico van vuil- en bacteriënophoping. Zulke problemen kunnen leiden tot een toename van de melktijden en een hoger kiemgetal.

- Laat de gehele melkinstallatie regelmatig onderhouden volgens de aanbevelingen van DeLaval.