|
- Bekijk regelmatig de uiergezondheids- en melkkwaliteitinformatie die u krijgt van de melkfabriek, officiële testorganisaties, dierenartsen en van zelftesten met de DeLaval celgetalmeter (DCC) of de Californische mastitis test (CMT).
- Maak criteria voor elke koe en veestapel om beter toezicht te kunnen houden op eventuele veranderingen.
|
- Melk ongeacht het soort stal of de veestapelgrootte, de eerstekalfs vaarzen als eerste, gevolgd door nieuwmelkte koeien en daarna de rest van de veestapel.
- Melk zieke koeien als laatste en reinig daarna het melksysteem
|
- Onderzoek 2-3 stralen voormelk. Gebruik een voormelkbeker in bind- en melkstallen. Spuit de vloer schoon voordat de volgende groep koeien binnenkomt.
- Door voor te melken laat de koe de melk beter schieten en het stelt u in staat om te voorkomen dat afwijkende melk in de melkkoeltank terechtkomt
|
- Voor mastitisbestrijding en de productie van hogekwaliteitsmelk is het noodzakelijk dat koeien schone en droge spenen hebben bij het aansluiten van het melkstel. Reinig elke speen en elke speenpunt met goedgekeurde daarvoor bestemde materialen. Droog elke speen met uierpapier of met uierdoeken, één per koe. Als uierdoeken gebruikt worden, zorg dan dat ze goed uitgewassen en gedroogd worden voordat ze weer opnieuw gebruikt worden.
|